Voordat we starten met de workshop voer ik een gesprekje met de decaan en vraag haar waarom zij deze workshops aanbiedt aan haar leerlingen. Ze vertelt me dat zij het belangrijk vindt dat leerlingen goede keuzes leren maken en dat een vervolgstudie één van de belangrijkste keuzes is in het leven van de leerlingen tot dan toe. Daarom moet er tijd en aandacht zijn om die keuze goed te maken.

Zelf keuzes leren maken

Ook als ik andere docenten of schoolleiders bevraag over wat zij leerlingen mee willen geven voor hun toekomst, is dat wat we vaak terug horen: leerlingen zelfstandig keuzes leren maken. Die vaardigheid is in deze tijd bijzonder relevant omdat er ontzettend veel te kiezen valt in de maatschappij. Voor veel jongeren is het geen gemakkelijke opgave om erachter te komen wat zij zelf willen en zich daar vervolgens op te blijven focussen. Tel daarbij op dat jongeren niet langer wordt voorgeschreven waarvoor ze moeten kiezen of wat zij met hun leven moeten doen. Natuurlijk is dit een verrijking en geeft het jongeren vrijheid. De tegenhanger is dat de verantwoordelijkheid voor het maken van keuzes ook steeds meer bij de jongere zelf ligt. Het effect is dat veel jongeren (te) lang in het niet-weten blijven hangen, om maar niet te hoeven kiezen.

Tegenstrijdigheid in onze boodschap aan jongeren

Naast de hoeveelheid keuzemogelijkheden speelt ook de tegenstrijdigheid in de manier waarop we over studiekeuzes denken en praten een verwarrende rol. Zo proberen we jongeren enerzijds te stimuleren om meteen de juiste keus te maken. ‘Studeren is duur dus zorg dat je je studie binnen vier jaar afmaakt en voorkom dat je moet overstappen naar een andere studie’. Deze boodschap voert de druk op om precies te weten welke studie je wilt doen en door te zetten als de studie onverhoopt niet is wat je ervan verwachtte. Sommige leerlingen kiezen hierdoor voor de veilige weg: eenzelfde studie als hun ouders, een studie waarvan ze horen dat er baanzekerheid op is of die dicht bij huis te volgen valt.

De tweede boodschap is: ‘Til niet te zwaar aan wat je kiest’. De kans is groot dat je later heel ander werk gaat doen dan waarvoor je nu gaat studeren. Banen zijn zo flexibel tegenwoordig dat het er vooral op aankomt dat je zelf wendbaar bent en steeds bereid om bij te leren. Je studie biedt je een bepaalde richting en een diploma, waarna je de vrijheid hebt om te ontdekken wat echt bij je past.

Voor allebei de boodschappen valt wat te zeggen… en maken het keuzeproces lastig. Voor scholen dan ook des te belangrijker leerlingen goed te ondersteunen in dit proces.

Wat kun je als school doen?

Om een passende studiekeuze te maken is een eerste belangrijke stap leerlingen te helpen bij het ontdekken en ontwikkelen van hun talenten en interesses. Pas als je weet wat je belangrijk vindt en waar je goed in bent, kan je een studie kiezen die bij je past. Daarmee vergroot je de kans dat je plezier hebt aan die studie en hem ook afmaakt. Dat proces kost wel tijd. En die tijd moet je als leerling nemen. Het helpt als de school ieder schooljaar een aantal activiteiten biedt die leerlingen prikkelen om na te denken over zichzelf en de keuzes waarvoor ze staan. Uit onderzoek van de VO-raad is gebleken dat activiteiten op het gebied van loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) op middelbare scholen uitval in het eerste studiejaar van hbo en wo met een derde kunnen verminderen.

  • De studiekeuzeworkshops van de Erasmus Universiteit, verzorgd door Bijcollege – De workshop die ik bijgewoond heb is een voorbeeld van een activiteit die ondersteunend kan werken aan het keuzeproces; Wat opvalt in de kennismaking is dat een paar leerlingen al vrij goed weten wat ze willen studeren en prima kunnen uitleggen waarom ze juist die richting interessant vinden. Het merendeel staat echter aan het begin van de zoektocht en heeft nog geen idee. Yvet Blom gebruikt de kennismakingsronde meteen om de leerlingen aan het denken te zetten. Ze stelt hen vragen als: ‘Wat vind je leuk aan dat vak?’ ‘Welke van de studies die je nu noemt, staat bij jou op één en waarom?’ ‘Wat spreekt je aan bij studie x?’ en, ‘Weet je wat voor onderwijsvorm ze gebruiken op die opleiding?’. Om erachter te komen welke studies goed bij hen passen, gaan de leerlingen vervolgens in duo’s in gesprek over de vragen: ‘Wie ben ik?’ en ‘Wat kan ik?’ Ze kunnen gebruik maken van kaartjes met allerlei eigenschappen en kwaliteiten en ze bevragen hun klasgenoten over hun positieve eigenschappen. Ook denken ze na over de vragen ‘Wat weet ik?’ (welke kennis heb ik in huis, wat zijn mijn sterke schoolvakken?) en ‘Wat wil ik?’ (waar droom ik van, wat wil ik bereiken?). De volgende stap in de workshop is het matchen van hun persoonlijke profiel met die van de 19 hoofdstudies van de Erasmus Universiteit. Dit geeft ze de kans te onderzoeken welke eigenschappen en vaardigheden voor welke studie behulpzaam zijn, en in hoeverre dat bij hen aansluit. Op basis hiervan kunnen zij tot drie studies kiezen die zij nader willen verkennen tijdens de workshops op de universiteit twee weken later. De workshop levert leerlingen niet meteen de juiste keuze op, maar het biedt ze wel ruimte om over de toekomst na te denken en meer inzicht te krijgen in zichzelf en wat goed bij hen past.
  • Een talentgesprek bij Take a StepVanuit Take a Step voeren we regelmatig individuele talentgesprekken met leerlingen, en leiden we docenten daarin op. In één of twee gesprekken van een uur brengen we het talentprofiel van een jongere boven tafel en onderzoeken we samen welke context daarbij past. Eén van de opdrachten die we leerlingen meegeven is het bevragen van vrienden en familie op wat zij als hun kwaliteiten zien. Ook laten we ze een talententest doen en onderzoeken we een aantal situaties waarop zij in hun element waren. Het leuke hiervan is dat een leerling op een hele andere manier naar zichzelf gaat kijken. Zo ontdekt een leerling ineens dat het best bijzonder is dat hij zijn klasgenoten altijd precies in de juiste woorden iets moeilijks uit kan leggen. Of dat hij veel voldoening haalt uit nieuwe projecten, omdat dat de manier is om zijn creativiteit tot uitdrukking te brengen.

Op basis van onze ervaringen en die van Bijcollege delen we tot slot graag een mooie werkvorm die je in de LOB-tijd of mentoruren in de klas kunt doen.

Zelf aan de slag met je klas: De talentenmuur

Reserveer een mentorles en geef aan dat je het met de groep wilt hebben over ieders talenten. Leg kort uit wat talenten zijn en hoe ze werken. Mocht je hier wat input bij kunnen gebruiken, lees dan het artikel de basis van talentontwikkeling.

Vraag de klas vervolgens om groepen van ongeveer zes leerlingen te maken. Geef iedereen een A3-vel. Vraag alle leerlingen om hun eigen naam midden op het vel te schrijven en dat vervolgens door te geven aan de persoon rechts van hen. Iedere leerling noteert één of meerdere positieve eigenschappen van de persoon van wie het vel is. De vellen schuiven steeds door, totdat je je eigen vel weer voor je hebt.

Vraag iedere leerling vervolgens om klassikaal iets te vertellen over wat er op hun vel staat. Welke positieve eigenschappen zien anderen bij jou? Herken je deze? Heb je zelf nog iets aan te vullen?

Hang daarna alle vellen aan de muur zodat iedereen ze kan bekijken en aanvullen. Je kunt ze in een tweede les nog eens ophangen en de leerlingen vragen welke studies zij goed vinden passen bij de genoemde talenten.

Wil je een keer sparren over dit onderwerp? Neem dan contact op met Annechien van Take a Step via annechien@takeastep.nl. Of met Bijcollege door een mail te sturen naar: yvet@bijcollege.nl.

Bron

  • http://www.lob-vo.nl/actualiteiten/nieuws/het-effect-van-lob-een-derde-minder-uitval