De afgelopen jaren hebben de overheid, het bedrijfsleven en onderwijs miljoenen euro’s besteed om meer technische studenten aan te trekken, en deze miljoenen euro’s aan investering lijken niet voor niets te zijn geweest. De vier technische Universiteiten die Nederland telt (TU Delft, Universiteit Twente, TU Eindhoven en Wageningen University) hebben de afgelopen tien jaar bijna twee keer zoveel studenten gekregen (Van Gaalen, 2016). Dat is goed nieuws, vooral met het oog op het door het UWV bedachte fenomeen ‘beroepstekort’ in de technische sector: bedrijven in de technische sector staan te springen om nieuwe technische wonderen.

Echter schreeuwen de technische universiteiten nu om hulp om deze grotere instroom in goede banen te lijden. De instroom gaat in de universiteiten namelijk gepaard met uitpuilende collegezalen, druk bezette laboratoria en een tekort aan docenten. Als er niet iets verandert, dreigt er een studentenstop. ‘Zonde!’, zou men kunnen zeggen, ‘want we stonden toch met z’n allen te springen om nieuwe technische wonderen?’

Om de overbezetting in collegezalen en laboratoria en het docententekort te verminderen, vragen de universiteiten om geld bij de overheid. Minister Bussemaker reageert verbaasd op dit verzoek: “Ik kan me niet voorstellen dat de universiteiten verrast zijn door de stijgende studentenaantallen, ze wisten al jaren dat dit eraan kwam”.

Deze ontwikkeling heeft verschillende implicaties. Enerzijds zullen opleidingen zich steeds meer genoodzaakt voelen om studenten te selecteren door middel van centrale selectie (loting) en decentrale selectie. Hiermee kunnen ze de groeiende instroom blijven managen en zowel de kwaliteit van onderwijs en voorzieningen als de kwaliteit van studenten (de juiste student op de juiste plaats) waarborgen.
Anderzijds betekent dit dat aspirant-studenten zich bewust dienen te worden dat de studie van hun keuze wellicht niet de studie is waar zij zich voor kunnen inschrijven. Stel dat een aspirant-techneut ontzettend gemotiveerd is voor een technische opleiding, maar helaas niet wordt geplaatst, moet hij of zij na gaan denken over alternatieven. ‘Ga ik dan nog een jaar wachten of herzie ik mijn keuze en ga ik voor een andere studie?’ Dit kan het studiekeuzeproces voor aspirant-studenten ingewikkelder maken en een goede begeleiding daarin is dan ook nodig.

De grote instroom aspirant-studenten voor Technische Universiteiten, vraagt om nog betere voorlichting en begeleiding. Bijcollege kan hierin voorzien. Al vijf jaar lang begeleiden en adviseren wij duizenden studiekiezers per jaar om een goede studiekeuze te kunnen maken. Met onze studiekeuzeworkshops worden wij door onderwijsinstellingen ingezet om onafhankelijke en bewezen effectieve begeleiding aan hun leerlingen te bieden. Tijdens de workshops worden leerlingen zich bewust van het studiekeuzeproces, gaan ze op interactieve wijze aan de slag met hun eigen interesses en drijfveren en worden ze voorbereid op wat ze kunnen verwachten wanneer ze gaan studeren. De studiekeuzeworkshops worden ingezet in het voortgezet onderwijs als onderdeel van LOB en in het hoger onderwijs als invulling van bijvoorbeeld open dagen.

Tevens bieden wij online instrumenten waarmee aspirant-studenten specifieke opleidingsgerichte vragen beantwoorden, zodat zij een beter inzicht krijgen over de inhoud van de opleiding, de studielast en de toekomstperspectieven.

Nieuwsgierig naar onze studiekeuzeworkshops of studiekeuzechecks? Bel of mail ons gerust voor meer informatie.

Van Gaalen, E. (2016, 5 september). ‘Technische universiteiten bereiken hun tax’. AD. Geraadpleegd van http://www.ad.nl/wetenschap/technische-universiteiten-bereiken-hun-tax~aa35e2955/