Uit de voorpublicatie van de Landelijke Monitor Studentenhuisvesting 2016 blijkt dat het aantal eerstejaars dat op kamers gaat het afgelopen collegejaar is gehalveerd. In collegejaar 2014/2015 ruilde nog 28% van de eerstejaarsstudenten een plek in het ouderlijk huis in voor een kamer, terwijl dat een jaar later nog maar 13% was.

Deze daling komt niet geheel uit de lucht vallen. Sinds september 2015 krijgen uitwonende studenten namelijk geen basisbeurs meer. Dit betekent dat iedere student die zich na het collegejaar 2014-2015 heeft ingeschreven voor een opleiding in het hoger onderwijs en op kamers gaat, 270 euro per maand minder ontvangt dan studenten in de jaren daarvoor. Studenten waarvan de ouders een gezamenlijk inkomen hebben lager dan 46 duizend euro, kunnen nog wel een beroep doen op een aanvullende beurs. De gevolgen van deze nieuwe regeling zijn merkbaar volgens Kences want bijna de helft van de studenten die thuis woont, geeft als belangrijkste reden op dat er geen basisbeurs meer wordt gegeven. Dus wordt er gekozen voor één van de twee alternatieven; ofwel dagelijks uren doorbrengen in het openbaar vervoer, of kiezen voor een opleiding die ook wel interessant lijkt en dichterbij huis kan worden gevolgd.

Jammer, want de vrijheid om inderdaad echt te studeren wat je leuk vindt en te wonen in de stad waar je studeert resulteert juist tot een betere ontwikkeling van de student én, tot hogere studierendementen.  Volgens de directeur van Kences (Kenniscentrum Studentenhuisvesting) is het een zorgelijke ontwikkeling dat studenten zich geremd voelen om vrijuit te kiezen voor opleidingen door heel Nederland. Een ontwikkeling die ook grote gevolgen kan hebben voor de studentenparticipatie en de verdere ontwikkeling van kennissteden.

Minister Bussemaker geeft in een reactie op het onderzoek van Kences aan, dat het ministerie van OCW ook onderzoek naar de effecten van het leenstelsel zal verrichten en dat zij zich kan voorstellen dat een mogelijke oorzaak ook kan liggen aan de verhoogde kamerprijzen.

Studiekosten en lenen

Bijcollege merkt ook een verandering in de opvattingen van aspirant studenten over hun studiekeuze en de bereidheid om buiten de eigen regio te gaan studeren. Want wat betekent die afschaffing nu eigenlijk? NIBUD heeft in 2015 onderzoek gedaan naar de uitgaven van studenten. Zij berekenden hoeveel geld je als uitwonende student gemiddeld kwijt bent aan een jaar studeren en kwamen uit op 13.416 euro per jaar. Dat is een flinke som geld voor studenten om erbij te verdienen voor die 15 m2 aan de andere kant van het land, wanneer je bedenkt dat het minimum uurloon van een 18 jarige € 4,48 betreft.

Een bijdrage is dus vrijwel noodzakelijk. Ouders met een goed gezamenlijk inkomen kunnen dit misschien dragen, maar hoe zit het met ouders met een gezamenlijk inkomen van € 46.001,– of een beetje meer? En al helemaal wanneer ze meer dan één kind hebben dat gaat studeren? De overheid probeert hierin tegemoet te komen door het aanbieden van een studiefinanciering in de vorm van een lening. Dat kan maximaal neerkomen op bedrag van € 1027,83 per maand.

Conclusie

We hebben eens gekeken wat het verschil nu daadwerkelijk is tussen studenten die vóór en na 2015-2016 zijn begonnen met studeren. De basisbeurs betrof € 270,– per maand. Dit komt neer op € 3.240 euro per jaar. Een fijn bedrag, maar niet voldoende om in de kosten te voorzien zoals NIBUD die heeft berekend. Studenten die wel aanspraak konden maken op de basisbeurs, moesten immers nog € 10.176,– per jaar bijverdienen of bijlenen. Binnen de gegeven termijn van 4 jaar kwam dit neer op 40.704 euro. Sinds 2015-2016 is dit een bedrag van 53.664 euro.

Wij vermoeden dat de toenemende trend om thuis te blijven wonen niet zozeer voortkomt uit de kosten, maar vooral doordat er een shift in mindset is ontstaan onder aspirant studenten en studenten. Tot een paar jaar geleden ging menig student een stuk nonchalanter om met hun studiekeuze, terwijl vandaag de dag een verkeerde studiekeuze steeds vaker als ongeoorloofd wordt gezien. Dus inderdaad, het afschaffen van de basisbeurs speelt een rol bij de keuze van huidige studenten om thuis te blijven wonen. Maar zonder de vele andere beleidsmaatregelen vanuit de overheid, de daaruit voortkomende regelingen binnen het hoger onderwijs en de publiciteit die al deze maatregelen hebben gekregen, had het afschaffen van de basisbeurs ongetwijfeld minder invloed gehad.

Vissers, P. (2016, 15 september). Student blijft thuis wonen door leenstelsel. Trouw. Geraadpleegd op 21 juli 2016, van http://www.trouw.nl/tr/nl/39683/nbsp/article/detail/4376920/2016/09/15/Student-blijft-thuis-wonen-door-leenstelsel.dhtml

‘Studenten blijven thuis wonen door afschaffing basisbeurs’. (2016, 15 september). NOS. Geraadpleegd op 21 juli 2016, van http://nos.nl/artikel/2132278-studenten-blijven-thuis-wonen-door-afschaffing-basisbeurs.html

Van der Schors, A., Schonewille, G. en Van der Werf, M. (2015). Studentenonderzoek 2015. Geraadpleegd op 21 juli 2016, van https://www.nibud.nl/consumenten/nibud-studentenonderzoek-2015/

Dienst Uitvoering Onderwijs. Geraadpleegd op 21 juli 2016, van https://duo.nl/particulier/student-hbo-of-universiteit/studiefinanciering/bedragen.jsp