In januari 2017 bracht ReseachNed in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap (OCW) een rapport uit over de uitvoering en opbrengsten van de studiekeuzecheck. De studiekeuzecheck was één van de maatregelen die in de wet Kwaliteit in verscheidenheid hoger onderwijs (2013) is vastgesteld om de studieloopbaanbegeleiding en studievoorlichting aan aspirant studenten te verbeteren. Voordat de wet Kwaliteit in verscheidenheid hoger onderwijs werd aangenomen, constateerde minister Jet Bussemaker namelijk dat één van de belangrijkste redenen van het uitvallen van eerstejaars studenten, het maken van een verkeerde studiekeuze is.

Wat is de studiekeuzecheck?

Studenten die zich voor 1 mei aanmelden voor een bepaalde opleiding, hebben het recht op studiekeuzeactiviteiten en studiekeuzeadvies. Deze studiekeuzeactiviteiten en het advies vallen bij veel instellingen onder naam: ‘studiekeuzecheck’ of ‘matching’. De studiekeuzecheck of matching wordt door de onderwijsinstellingen zelf vormgegeven. Het advies dat de aspirant student krijgt naar aanleiding van de deelname aan de studiekeuzeactiviteiten is niet bindend, want voor 1 mei aanmelden betekent ook dat de aspirant student toelatingsrecht heeft. Hij of zij kan dan niet op basis van de studiekeuzecheck worden geweigerd. Voor studenten die zich na 1 mei aanmelden geldt dit toelatingsrecht niet. Zij kunnen wel door de instelling worden geweigerd.

De effectiviteit van de studiekeuzecheck

Het eerste cohort dat te maken kreeg met deze maatregelen waren de studenten die zijn begonnen in studiejaar 2014-2015. Naar aanleiding van dit eerste cohort was het ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap (OCW) benieuwd hoe het met de effectiviteit van de studiekeuzecheck zat.

In het onderzoek van ReseachNed (2017) werd getoetst of er een verband of samenhang te vinden is tussen de studiekeuzecheck en het studiesucces van studenten, door te kijken naar het niveau van de opleiding/instelling en het niveau van de student. Uit het rapport van ResearchNed blijkt dat we op het niveau van de student zien dat wo-studenten die deelnemen aan de studiekeuzecheck, minder vaak uitvallen dan studenten die niet hebben deelgenomen. Op het hbo is daarentegen geen significant verschil gevonden tussen studenten die wel hebben deelgenomen en studenten die niet hebben deelgenomen. Op opleidingsniveau en instellingsniveau is er helemaal geen verband gevonden tussen het aanbieden van studiekeuzeactiviteiten en het verminderen van uitval in het eerste jaar in vergelijking tot eerdere cohorten.

Inhoud studiekeuzecheck verschilt per instelling

Over de onderzoeksresultaten kan echter nog worden gespeculeerd. Het is namelijk zo dat de inhoud van de studiekeuzecheck enorm verschilt per instelling. Sommige instellingen doen het met alleen een vragenlijst, anderen hebben een matching dag waarin aspirant studenten een college, een persoonlijk gesprek en een vragenlijst krijgen. Daarbij is de ene vragenlijst de andere vragenlijst niet. Sommige instellingen hanteren bij de vragenlijst het doel om te kijken of de aspirant student zich genoeg heeft verdiept in zijn of haar studiekeuze, andere instellingen kijken naar ‘de geschiktheid’ van de student. Door de verscheidenheid in het aanbod en doel van studiekeuzeactiviteiten is het eigenlijk onmogelijk om een ‘succesformule’ te geven aan instellingen. De bevindingen moeten daarom ook gezien worden als een indicatie dat de studiekeuzecheck uitval kan verminderen. 

Verdere effecten studiekeuzecheck

Uit het onderzoek komt wel naar voren dat de studiekeuzecheck samenhangt met een sterkere binding van studenten met hun opleiding en minder twijfel over hun studiekeuze. In een aantal casestudies kwam ook naar voren dat de studiekeuzecheck positief invloed heeft op de studiehouding van studenten en zorgt voor een betere, vroegere academische integratie. Bovengenoemde factoren kunnen ook indirect invloed hebben op het aantal eerstejaars studenten dat uitvalt.

Misschien is het jammer dat er nog geen duidelijke conclusies kunnen worden getrokken over de effectiviteit van de studiekeuzecheck. Maar, voordeel van de studiekeuzecheck is in ieder geval dat, in wat voor vorm het dan ook komt, het ervoor zorgt dat er bij aspirant studenten een extra denkmoment wordt gecreëerd. Bij het deelnemen aan de studiekeuzecheck worden ze uitgedaagd toch nog even na te denken over of ze denken de juiste keuze te hebben gemaakt. Dit kan natuurlijk sowieso geen kwaad, maar ‘succesformules’ voor hogescholen en universiteiten kunnen naar aanleiding van dit onderzoek (nog) niet gegeven worden.

Bijcollege ontwikkelt digitale studiekeuzechecks in samenwerking met hoger onderwijsinstellingen. Meer weten? Neem een kijkje op deze pagina.

ResearchNed (2017). De studiekeuzecheck: Landelijk onderzoek naar uitvoering en opbrengsten van de studiekeuzecheck. Geraadpleegd van https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/rapporten/2017/01/20/de-studiekeuzecheck-landelijk-onderzoek-naar-uitvoering-en-opbrengsten-van-de-studiekeuzecheck/de-studiekeuzecheck-landelijk-onderzoek-naar-uitvoering-en-opbrengsten-van-de-studiekeuzecheck.pdf.