Afgelopen woensdag was Bijcollege aanwezig op het Onderwijscongres 2015 in Ede. Tijdens het Onderwijscongres werden ‘De Staat van de Leerling’, ‘De Staat van de Leraar’ en ‘De Staat van het Onderwijs’ over het schooljaar 2013/2014 aangeboden aan de Eerste en Tweede Kamer en door Minister van Onderwijs Jet Bussemaker en Staatssecretaris van Onderwijs, Sander Dekker in ontvangst genomen.

De Staat van de Leerling is een bundeling van ervaringen van leerlingen uit het primair (po) en voortgezet onderwijs (vo) en studenten uit het middelbaar beroepsonderwijs (mbo), wat dit jaar voor de tweede keer is uitgebracht. In deze ‘Staat’ 2013/2014, geven PO leerlingen geven aan dat er meer mag worden inzetten op sport; het aanbieden van andere vakken; talentontwikkeling; en het aantrekken van meer meesters. VO leerlingen vragen om professionalisering van docenten en één duidelijke visie binnen de instelling. MBO studenten wensen een betere afhandeling van klachten. Na overhandiging van De Staat van de leerling, concludeerde Sander Dekker dat beter onderwijs begint met luisteren naar leerling en student.

De Staat van de Leraar is dit jaar voor het eerst gepubliceerd en betreft een reflectie over werkbeleving, de startende docent, de docent van de toekomst en de toekomst van de docent. Bussemaker stelt dat het een positieve ontwikkeling is dat ook leraren hun bevindingen hebben verwoord. Volgens Bussemaker is het van belang dat zowel leerlingen als docenten mondig zijn om de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen en waar nodig te verbeteren.

In De Staat van het Onderwijs (jaarlijkse publicatie sinds 1817), beschrijft de Inspectie van het Onderwijs wat goed en wat minder goed gaat in het onderwijs. De drie meest opvallende ontwikkelingen in 2013/2014 zijn volgens de Inspectie de ‘overgangen en schoolloopbanen’, ‘sturing op kwaliteit’ en ‘grote verschillen en professionalisering’. Leerlingen en studenten worden gerichter geplaatst en ronden hun opleiding sneller af. Een positieve ontwikkeling, aldus de Inspectie. Tegelijkertijd kiezen leerlingen en studenten er minder vaak voor om na het afronden van de opleiding te starten met een opleiding op een hoger niveau. Tegelijkertijd nemen de leerling en studentaantallen op het vwo en wo af, waardoor er een verschuiving naar het midden plaatsvindt.

De Inspectie prijst leraren, schoolleiders en bestuurders voor de sterkere sturing op kwaliteit en kwaliteitszorg en onderstreept dat wanneer kwaliteit een centrale plek krijgt en de borging een complementair doel dient, de kwaliteit ook tot verbeteringen in de klas leidt. Op www.lerarenagenda.nl is het mogelijk een ‘factcheck’ te doen om te kijken hoe ruimte binnen de gestelde wettelijke kaders kan worden gebruikt.

De derde opvallende ontwikkeling betreft de grote verschillen tussen scholen en opleidingen met betrekking tot onder andere motivatie en tevredenheid van leerlingen/studenten en leraren, kwaliteit van de lessen en succes in het vervolgonderwijs. De vraag die de Inspectie stelt is hoe we ervoor kunnen zorgen dat scholen en opleidingen van elkaar kunnen leren. Een combinatie van een gemotiveerd en hecht team, goede leiding, een open verbetercultuur en een gedeelde visie draagt zichtbaar sterk bij aan het ontstaan en/of het behoud van goede scholen en opleidingen.

Na de formele overhandiging van de drie publicaties vond er een paneldiscussie plaats met onder andere professor Onderwijskunde Geert ten Dam en hoofdinspecteur Inspectie van het Onderwijs Arnold Jonk. Volgens de experts is de kwaliteitsverbetering in het onderwijs ontstaan doordat kwaliteit niet meer primair vanaf boven wordt aangestuurd, maar door meer eigenaarschap bij de docent. Het terugdringen van stapelen komt volgens de experts doordat stapelen minder wordt gepromoot en leerlingen minder worden voorbereid om te kunnen stapelen. Ook werd er gesteld dat terugloop in stapelen niet per se negatief is, maar dat het ook een terugloop in correctieverbetering kan betekenen. Het is dan ook een stelsel in ontwikkeling. Stapelen vindt volgens het panel vooral plaats onder laatbloeiers en milieus waar studeren niet vanzelfsprekend is.
De middag was verder gevuld met workshops voor ieder thema: ‘Kunnen schoolloopbanen beter?’, ‘Inspecteer jezelf’, ‘Hoe maak je het verschil’, ‘Waar sta je als je voor de klas staat?’ en ‘De leerling legt het uit’.
Bijcollege heeft het onderwijscongres 2015 als een waardevolle samenkomst van leerlingen, studenten, leraren, schoolleiders, bestuurders, andere onderwijsprofessionals, beleidsmakers en inspecteurs, ervaren. Door het dialoog over onderwijs open te houden en in gesprek te gaan over knelpunten en mogelijk oplossingen kunnen we allemaal een significante bijdrage leveren aan de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs!