Bijcollege zet zich actief in om school-, studie-, en loopbaankeuzeprocessen te begeleiden. Op 18 november 2015 sprak Bijcollege met Frank Steenkamp, directeur van het Centrum Hoger Onderwijs Informatie (C.H.O.I.) en De Keuzegids. Frank Steenkamp is afgestudeerd bioloog en al ruim 30 jaar actief als onderwijsjournalist en nu als hoofdredacteur van de Keuzegids.

Hoe is jouw studiekeuzeproces verlopen?

‘Toen ik 10, 11 of 12 was heb ik fantasieën gehad zoals president van Amerika worden, huizenbouwer of vliegtuigenbouwer. Toen ik 16 was, maakte ik me zorgen over de milieuproblemen. Ik heb er een paar artikelen over geschreven voor de schoolkrant. En kort daarna besloot ik een studie te kiezen waarmee ik milieuproblematiek kon helpen oplossen. Er bestond niets aan studiekeuzebegeleiding in die tijd. Wat er aan voorlichting bestond was één dun boekje met een lijst aan wat er aan opleidingen aan wetenschappelijk onderwijs was. Ik kon milieuhygiëne in Wageningen gaan studeren, maar dan ben je zo’n milieufiguur. Dan zien ze je aankomen met je milieupraatjes. Ik dacht, nee ik moet een gevestigde wetenschap gaan studeren en het gezag verwerven om de milieuproblematiek op te lossen. Dus het werd biologie in Leiden.’

Hoe kijk je nu terug op de keuzes die je toen hebt gemaakt? Zou je het anders hebben aangepakt?

‘Ik heb 9,5 jaar over mijn studie gedaan. Het was de tijd dat je als student veel inspraak had, en ik heb zelfs in het bestuur van biologie-Leiden gezeten en daar het Centrum voor Milieukunde helpen oprichten. Verder heb ik tijdens mijn studie ook journalistiek werk gedaan en onderwijs gegeven. Dat zijn wel veel nevenactiviteiten, maar ik heb op het laatst ook drie jaar milieukundig onderzoek kunnen doen en daarop ben ik cum laude afgestudeerd. Ook heb ik heel veel aan statistiek, computermodellen en wetenschapsdynamica gedaan tijdens en kort na mijn studie. Bij het laatste ging het om onderzoek naar de gekleurde bril van verschillende stromingen binnen een wetenschapsgebied: hoe die gekleurde bril ontstaat en hoe dat soms hele veldslagen tussen verschillende ‘scholen’ oplevert. Puur toegepast sociologisch onderzoek waar ik me allerlei methodieken voor moest eigen maken. Dat is voor mij ook heel erg nuttig gebleken. Er waren docenten die tegen me zeiden: ‘Jij praat zo veel, je had beter sociale academie kunnen doen’, maar ik denk dat de biologiestudie met precies de goeie tools heeft meegegeven. Behalve, als er toen opleidingen hadden bestaan zoals Bedrijfskunde of Innovatiemanagement, dan had ik die misschien gekozen. Maar die bestonden toen nog niet. Het analytische vermogen en dwarsverbanden leggen, dat dank ik voor een heel groot deel aan de studie biologie.’

Hoe koos je je eerste baan?

‘De pech was wel dat ik afstudeerde in maart ’82. Er was net een grote bezuinigingsmaatregel ingevoerd: Bestek `81. Begin jaren `80 was (…) er veel werkloosheid, zeker onder biologen. Ik heb mij gelukkig tijdens mijn studie breed ontwikkeld. Na mijn afstuderen had ik de opties, leraar biologie (ik had een lerarenaantekening), promoveren in de wetenschapsdynamica of werken bij de overheid. Door de krapte op de arbeidsmarkt waren de kansen echter klein. (…) Uiteindelijk heb ik een jaar een uitkering gehad en wat dingen gedaan, zoals een voorzitterschap van een grote vereniging van kritische wetenschappers, wat congressen georganiseerd, wat boeken uitgebracht en een boekje geschreven dat ging over kankerpreventie. Dus alles wat je moet weten over kankerverwekkende stoffen en waar je die tegen komt in milieu, voeding, tabak enzovoorts en wat je er tegen kunt doen. Met dat boekje ben ik gaan solliciteren en bij een universiteitsblad in Delft beland als redacteur.’

In hoeverre sluit je studie aan bij je huidige baan?

‘Er bestaat geen opleiding voor het soort baan dat ik heb. (…) Ik doe nu niets met biologie, maar uiteindelijk, het type opleiding dat ik heb gevolgd, heeft mij gevormd op een manier die ik dagelijks benut. (…) Ik heb systematisch en analytisch leren denken. (…) Daarnaast raakt het al heel gauw de maatschappij wanneer je het over milieuproblematiek hebt en daar onderzoek aan doet. Je moet op heel complexe systemen, hele specifieke vragen los kunnen laten. Daar heb ik heel veel van geleerd. (…) Ik ben in de journalistiek over het onderwijs beland en ik had dus voor een studie onderwijskunde kunnen kiezen. Dat gezegd hebbende, in Delft heb ik vijf jaar lang hele mooie interviews met wetenschappers kunnen voeren en tegelijkertijd kritisch kunnen schrijven over het universitaire bestuur. Voor die interviews met wetenschappers scheelde het dat ik bèta was. Na deze periode ben ik bij het landelijke persbureau van universiteitsbladen gekomen en heb ik altijd veel gedaan met de statistische kanten van het hoger onderwijs. Hoe gaat het met de arbeidsmarkt positie van afgestudeerden, hoe zit het met studiesucces, hoe zit het met kwaliteitsvergelijking, dus steeds meer de kwantitatieve kant van de journalistiek. Zo is De Keuzegids ook ontstaan. En ik heb nog steeds veel plezier aan het fingerspitzengefühl dat je krijgt voor statistiek en alles wat er omheen zit in zo`n exacte opleiding.’

Welk advies zou je aan studiekiezers willen meegeven bij hun keuze voor een opleiding?

‘Laat je niet teveel beïnvloeden door wat je directe omgeving of je familie zegt wie je bent. Want vaak worden er etiketten op je geplakt waar je naar gaat leven, terwijl je vele jaren later ontdekt dat je nog vele andere talenten hebt. In het grote gezin waar ik in opgroeide, waren de rollen verdeeld. Mijn broer was artistiek, mijn zus sportief en ik was de jongen die goed was in het maken van rekensommen. Hierdoor dacht ik dat ik geen talent had in sport. Pas heel veel jaren later heb ik gemerkt dat ik sport heel erg leuk vond. En ben ik op veel latere leeftijd heel fanatiek sport gaan beoefenen. Zo doe ik ieder jaar mee aan het WK masters schaatsen en ben ik actief wielrenner. Dit illustreert voor mij dat sommige talenten die je hebt kunnen ondersneeuwen door wat jouw omgeving zegt dat je bent.’

Welk advies zou je aan afstudeerders willen meegeven bij hun keuzes voor een carrièrestap?

‘Doe niet zo moeilijk over je eerste baan. Het gaat erom dat je ergens begint waar je een deel van je skills kwijt kan. Daarna liggen alle wegen voor je open. Zeker nu is het grote probleem dat er veel afgestudeerden zijn die geen werkervaring hebben en dat dit wel van ze wordt gevraagd.

En voor wie nog studeert: doe niet te paniekerig over het leenstelsel en dat je je schuld moet beperken door per sé suffe bijbaantjes te zoeken. Straks na je studie kan je veel meer verdienen! Wat wél nuttig is, zijn activiteiten naast je studie die aansluiten bij jouw vak of waarin je je als professional kan ontwikkelen: bestuurswerk, vrijwilligerstaken óf een bijbaan waar je echt wat van leert. Als je tegelijk ook maar genoeg tijd aan je studie besteedt. Desnoods doe je door nuttige nevenactiviteiten een jaar langer over je studie. Als dat een goede aanloop oplevert naar een professioneel bestaan, is dat geen probleem.